Soorten oogafwijkingen

Wanneer men niet scherp kan zien is er over het algemeen een afwijking in de lichtbrekende kracht van het oog. De lens van het oog is dan minder goed in staat om de binnenkomende beelden scherp te maken. Bij het 100% scherp zien, valt het brandpunt precies op het netvlies, bij mensen die een oogafwijking hebben valt dit punt daar dus niet precies op. We herkennen drie vormen van oogafwijkingen; verziendheid, bijziendheid en een cilindrische afwijking. Ook combinatie van de eerste twee met de laatste is mogelijk.

Bijziendheid of Myopie

Iemand die bijziend is of ook wel Myopie heeft, kan voorwerpen verder weg niet scherp zien maar voorwerpen die dichtbij staan wel. Als de afwijking groter wordt, kan men steeds minder scherp zien ook al staat het voorwerp nog zo dichtbij.

Verziendheid en hypermetriopie

Iemand die verziend is, of hypermetriopie heeft, kan voorwerpen ‘verder weg’ niet scherp zien. Doordat het oog niet goed kan accomoderen worden de beelden die het oog waarneemt continu ‘achter’ het netvlies gevormd. Waardoor de persoon in kwestie last van hoofdpijn, branderige ogen, concentratieproblemen en vermoeidheid krijgt. Voornamelijk aan het eind van de middag en in de avond.

Cilindrische afwijking

Een cilindrische afwijking kan men eigenlijk uitleggen alsof de lens van het oog in één richting als het ware opgerekt is. Je kunt het ook vergelijken met een vergrootglas, wanneer je deze in de zon houdt komen de lichtstralen uiteindelijk bij elkaar terecht op het brandpunt. Dit moet eigenlijk ook met je oog gebeuren. Als de lichtstralen die het oog binnenkomen in een horizontaal vlak een ander ‘brandpuntafstand’ hebben dan voor de stralen die verticaal binnenkomen krijg je last van een cilindrische afwijking.

Leeftijd

Ook leeftijd kan een rol spelen bij het scherp zien, hoe ouder iemand wordt hoe moeilijker het voor het oog wordt om scherp te kunnen blijven zien. Een leesbril kan hierbij natuurlijk uitkomst bieden.

Staar

Tevens kan men last krijgen van staar, wat wil zeggen dat de lens van het oog troebel wordt en er dus minder licht het oog kan binnenkomen. Veel mensen krijgen hier op latere leeftijd last van, en deze afwijking is met een vrij simpele operatie in bijna alle gevallen succesvol te verhelpen.

Lui oog of scheelzien

Een lui oog, of ook wel scheelzien kan ook voorkomen bij mensen. In dit geval wordt het oog door een spier uit zijn as getrokken, zodat de beelden die van beide ogen binnenkomen zo van plaats verschillen dat men zelfs dubbel kan gaan zien. Vaak kan dit met een pleister op het ‘goede’ oog worden verholpen, omdat het luie oog meer werk moet verrichten om scherp te zien.

Aberraties

Ook bestaan er de afwijkingen die ‘aberraties’ genoemd worden, dit wil zeggen dat de lichtstralen in het oog een afwijkend verloop hebben en er dus voor zorgen dat de lichtstralen niet perfect op het netvlies komen. Hierdoor komen de beelden waar we naar kijken niet scherp over.

terug naar boven